Looking for accurate English translations of two poems written in ancient Dutch.
There are two poems, both of which can be found on
this site.
‘Met een zilver palet geschonken aan Geertje Pieters dienstmaagd, schilderes: ’t En mocht niet minder zijn voor Geertje Pieters hand, Nieuw’eere van ons land: En gaat zij rijzende zo ze onlangs is gerezen,/ Zal ’t haast goud moeten wezen.’
and
Ons ‘aardige Vriendinn’, de zeldzam’ Oosterwyck, / Bij wie wij geen’ gelijk en kennen, haars gelijk, / Doet daaglijks wonderen nooit genoeg te schatten./ Een van die wonderen, bij niemand licht te vatten, / Is, dat de Maagd een’ Maagd, een Dienstmaagd heeft gebaard, / En van de vaat-doek af, van Besem en van Haard / Zo schielijk aangekweekt en leren Oosterwijcken, / Datz’ Oosterwijcks Penceel alleen bestaat te wijken. / Wat dunkt u, geestig Vriend, heb ik groot ongelijk, / Die Geertje Pieters noem Geertruyd van Oosterwijck? / Zij is door Oosterwijck al datz’ heeft leren wezen, / Zij is haar eigen Print; of, wilt gij ‘t klaarder lezen, / Z’is Oosterwijckens Maan: en geeft die zulke schijn, / Denkt wat er in die Zon, die ’t licht geeft, lichts moet zijn
I have very, very loose translations, but I'm looking for really close versions, or a referral to someplace or someone that can help me out - and if it's out there, further analysis and research. Thanks!
posted by Dee Xtrovert at 9:04 AM on July 23, 2007